Prélude, Cantilene et Scherzando
Weihnachtsoratorium BWV 248
Vele malen continuo begeleid en al twee keer integraal gedirigeerd, in 2011 en 2016.
In de CPDL zijn vrije koorpartijen te vinden:
Christmas Oratorio, BWV 248 (Johann Sebastian Bach)
Symphonie-Passion op. 23
Integraal uitgevoerd in Nijmegen, Doesburg en Zelhem, en delen in Groenlo en Amsterdam (Augustinuskerk).
Een monumentaal vierdelig werk geschreven in 1924, bestaande uit vier delen:
Le Monde dans l’attente du Sauveur
(De wereld wachtend op de Redder)
Een onrustig, onregelmatig bewegend deel waar je de verstrooidheid, verscheurdheid en chaos in hoort van een wereld zonder God. Soms werpen zich korte uithalen uit de grillige beweging omhoog. Als er plotseling een stilte invalt verschijnt de melodie van “Jesu Redemptor Omnium” (Jezus verlosser van allen). Uiteindelijk gaat deze melodie “rondwandelen” in de “wereld”, het klankbeeld van de eerste helft, en verschijnt ze diverse malen in de canon. Het stuk eindigt met een vrij triomfantelijke harmonisatie van Jesu Redemptor, gevolgd door stevig gekruide slotakkoorden.
Nativité
(Geboorte)
Typerend voor “pastorales” is de uitkomende melodie op een tongwerk, die ook hier in het begin te horen is. Het is een verbeelding van de herders, op zoek naar het kind. Even verderop horen we de voetstap van de kamelen van de magiërs uit het oosten, waarna onopvallend melodiefragmenten van “Adeste Fideles” verschijnen, bij ons bekend als “Komt allen tezamen”. Een hemelse rust daalt in het stuk neer als uiteindelijk de melodie nog eenmaal wordt gespeeld boven een liggende pedaaltoon (orgelpunt).
Crucifixion
(Kruisiging)
Hier een van meet af aan dreigende sfeer en een melodie die zich zeer moeizaam een weg naar boven baant. Met schrille akkoorden wordt de kruisiging verbeeld. Dan klinkt, als een zacht snikken, het “Stabat Mater Dolorosa” (Stond een moeder diepbewogen).
Résurrection
(Opstanding)
Vanuit de stilte waarin het vorige deel eindigde, begint het hier in het diepste laag te borrelen, met, verstopt in het pedaal in lange noten “Adoro te devote, latens Deitas” (ik aanbid U Godheid in verborgen staat), van Thomas van Aquino. In een geleidelijk sterker wordende klankopbouw voegen zich steeds meer stemmen in het gewemel en de melodie wordt steeds duidelijker. Steeds hoger rijst de muziek op en steeds sneller en grilliger worden de modulaties waarin “Adoro te devote” te horen is. Uiteindelijk klinkt, net als in het eerste deel, een zeer snel gespeelde variatie op het beginmotief, met forse, razendsnel modulerende harmonieën begeleid, uitmondend in een juichend slotakkoord waarin de ingezette beweging zelfs nog doorgaat, als een groots gelui van hemelse klokken.
———-
Opvallend is dat elk deel een redelijk statische opbouw heeft: textuur en schrijfwijze blijven min of meer gelijk. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat Dupré een geweldig improvisator was, die over een fenomenale techniek beschikte. In december 1921 speelde hij in Philadelphia (USA) een improvisatie over opgegeven thema’s. Tot Dupré’s verrassing waren daar verscheidene Gregoriaanse melodieën bij. Hij kreeg als het ware een visioen van een groot vierdelig werk en wist direct dat hij deze improvisatie zou gaan uitwerken en opschrijven zodra hij weer terug in Frankrijk was; en zo ontstond deze Symphonie-Passion. Hij droeg het werk op aan de vaste bespeler van het Wanamaker-orgel in Philadelphia, Charles Courboin.
Op YouTube is een mooie video te zien waar Sophie-Veronique Cauchefer-Choplin (assistent-organist van de St. Sulpice in Parijs) het laatste deel, Résurrection, speelt.
Als bijlage een verkorte versie van deze toelichting met muziekvoorbeelden op A4 formaat (kan verkleind worden naar A5).
Pastorale
Final
Uitgevoerd in o.a. Groenlo, RK Calixtuskerk
Fantaisie en Ut
Uitgevoerd in o.a. Groenlo, RK Calixtuskerk
Concerten
Iedereen is van harte welkom op een paar prachtige concerten die ik deze week geef:
Op donderdag 24 augustus in Doesburg, en op zondag 27 augustus in Groenlo. Entree resp. €5,50 en €5,–. Daarnaast twee gratis toegankelijke marktconcerten in Zelhem op 25 augustus en Vorden op 31 augustus.
Op de eerste drie concerten speel ik de magistrale Suite opus 5 van Maurice Duruflé. In Doesburg verder omlijst met Mendelssohn, Albright en Tailleferre, in Groenlo met Franck en Alain. In Vorden klinken C. Ph. Em. Bach, Mendelssohn en Lefébure-Wely. Ik hoop een ieder graag op een van de concerten te ontmoeten!
Duruflé’s Suite heb ik in 1997 op mijn UM-examen gespeeld. Deze zomer heb ik afgewisseld met vakantie-momenten Franck’s Fantasie in C en de Final ingestudeerd. Heerlijke stukken muziek, vanaf de eerste dag dat je ze studeert. Ook Albright’s “Organbook III, Volume II” heb ik deze zomer ingestudeerd omdat ik dat ooit eens had horen spelen door Huub ten Hacken en er erg door was getroffen. Ik ken weinig écht contemporaine, redelijk atonale muziek die toch zo beeldend en toegankelijk is. De mooie melodiek en vermoedens van tonaliteit, en “Spielfreudigkeit” zijn opvallend. Zeer de moeite waard, hoewel bepaald niet eenvoudig.
Bij dezelfde gelegenheid speelde Ten Hacken ook de Nocturne van Tailleferre, een heel mooi sereen stuk dat eigenlijk voor blazers is geschreven maar later door haarzelf voor orgel bewerkt. Ik voeg het als rustpunt in het Doesburgse programma in na Albright, en vóór Duruflé’s Suite.
Komm, Gott Schöpfer, heiliger Geist (BWV 667)
Dit is een koraalbewerking op Maarten Luther’s versie van de vroegchristelijke pinksterhymne “Veni Creator”. In het Liedboek voor de Kerken is de versie van Luther te vinden als gezang 239, terwijl een meer oorspronkelijke weergave is opgenomen in gezang 237.
Het stuk staat in 12/8 maat, dus vier tellen per maat maar elke tel valt in drieën uiteen. Iedere tel begint met de melodietoon in de rechterhand, daarna de linkerhand en als derde een korte maar krachtige pedaaltoon. Je zou hier een symbool voor de drie-eenheid in kunnen zien: Vader, Zoon en Heilige Geest. In het tweede deel van de bewerking komt de melodie heel duidelijk uit in het pedaal, terwijl de handen een vlammend lijnenspel tekenen dat het waaien van de Geest verbeeldt.
Het is gespeeld op het orgel van de Lambertikerk te Zelhem.
Come, Holy Ghost, our souls inspire
Dit is een heruitgave van Steven Jones’ editie van dit stuk uit de CPDL. Ik heb een Nederlandse vertaling toegevoegd die John Cosin’s Engelse vertaling van het op zijn beurt Latijnse “Veni Creator” zo nauwgezet mogelijk volgt. De eerste vier tekstregels van de derde strofe komen van Da Costa’s berijming; deze bleken perfect te passen. Voor het overige houdt ik me aanbevolen voor suggesties ter verbetering van de vertaling. Overigens heeft voor uitvoering de oorspronkelijke Engelse taal mijn voorkeur.
Als deze uitgave een beetje is uitgekristalliseerd wordt ze ook weer onderdeel van de CPDL.
From Olivet to Calvary
Uitgevoerd op 9 april 2006 in Varsseveld.
