Concert Nieuw-Dijk, Sint Antonius van Paduakerk

Concert op het Pels-orgel opus 241, onlangs in Nieuw-Dijk geplaatst.

Programma:

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
* Pièce d’orgue in G, BWV 572: Très vitement – Gravement – Lentement

Johan Beeftink (*1941)
* Partita “Christe qui lux es et dies”
Cantus, Ricercare, Labyrint, Toccata, Ostinato, Cantus plenus

Louis Vierne (1870-1937)
* Symphonie N° 1, Op. 14 (1899)
· I. Prélude
· II. Fugue
· III. Pastorale
· IV. Allegro vivace
· V. Andante
· VI. Final

Goede Vrijdag Concert: Choral-Poèmes Tournemire

Programma

Charles Tournemire (1870-1939)


Choral-Poèmes
pour les sept paroles du Christ


Op. 67 (1935)

Wilbert Berendsen, orgel

1. Pater, dimite illis nasciunt enim quid faciunt
Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen

2. Hodie mecum eris in Paradiso
Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn

3. Mulier, ecce filius tuus. Ecce Mater tua
Vrouw, zie uw Zoon. Zoon, zie uw moeder

4. Eli, eli, lamma sabacthani
Eloï, Eloï, lama sabachtani. (Mijn God, mijn God, waarom heb Gij mij verlaten?)

5. Sitio
Mij dorst

6. Pater, in manus tuas commendo spiritum meum
Vader, in uw handen beveel ik Mijn geest

7. Consummatum est
Het is volbracht

Over de “Zeven Kruiswoorden” van Tournemire:
Charles Tournemire was opvolger van César Franck en Gabriel Pierné aan de St. Clothide in Parijs, waar hij van 1898 tot 1939 speelde. Hij kan samen met Marcel Dupré en anderen worden gezien als een belangrijke wegbereider voor Olivier Messiaen. Toen hij rondwandelde in de kathedraal van Beauvais kreeg hij inspiratie om deze Chorales-Poèmes te gaan schrijven. Net als zijn grote cyclus l’Orgue Mystique zijn deze “koralen” doordrenkt van mystiek. Maar in dit werk vormen niet de Gregoriaanse gezangen de muzikale basis, maar zeven koraalthema’s in de geest van de drie koralen van César Franck. In deze, door Messiaen als “geniaal” gekwalificeerde compositie, worden thema’s als hemel en aarde, de Vader en de Zoon, op niet altijd eenvoudige wijze met elkaar verbonden en tot klinken gebracht. Maar de muziek zit vol schatten die zich geleidelijk ontvouwen voor de ontvankelijke luisteraar.

In de melodiebouw is César Franck nog goed te horen, maar ook oudere orgelmuziek zoals die van Buxtehude heeft Tournemire hoorbaar geïnspireerd.

De harmonische klankkleuren die Tournemire kiest wijzen vooruit naar de moderne modi zoals Messiaen die ook rond de jaren ‘30 van de vorige eeuw is gaan gebruiken en verder doorontwikkelde. De door Tournemire nauwkeurig voorgeschreven registraties komen volkomen tot hun recht op het Walcker-orgel, dat alle gewenste combinaties moeiteloos ondersteunt. Ronduit spectaculair is het gebruik van het klavier: Tournemire speelt vaak zeer hoog of juist laag, en melodielijnen hebben vaak een zeer grote omvang, wat onverwachte vergezichten oplevert.

Wilbert Berendsen

Kerstconcert Doesburg

Walcker-orgel:
Johann Sebastian Bach (1685-1750):
* Pièce d’orgue in G, BWV 572: Très vitement – Gravement – Lentement

Koraalbewerkingen uit het Orgelbüchlein over:
* Der Tag, der ist so freudenreich, BWV 605
* Vom Himmel hoch, da komm ich her, BWV 606
* Vom Himmel kam der Engel Schar, BWV 607
* In Dulci Jubilo, BWV 608
* Lobt Gott, ihr Christen, allzugleich, BWV 609

Max Reger (1873-1916):
* Weihnachten op. 145/3

Andrew Carter (*1939):
* Toccata on “Veni Emmanuel”

César Auguste Franck (1822-1890):
* Pastorale Op. 19

Dick Klomp (*1947):
* Variaties over “Stille nacht”

Henri Mulet (1878-1967)
* Carillon Sortie (1911)

 

Orgelconcert Zelhem

Programma:

Girolamo Frescobaldi (1583-1643):
* Partita sopra l’Aria di Follia

Johann Sebastian Bach (1685-1750):
* Sonata nr 4 e-moll BWV 528
· I. Adagio—Vivace
· II. Andante
· III. Un poco Allegro

Wilbert Berendsen (*1971):
* Improvisatie

Louis Vierne (1870-1937):
Uit: Symphonie N° 1, Op. 14 (1899)
· III. Pastorale
· VI. Final

Concert in de zomerserie Doesburg

Flentrop-orgel:

Johann Sebastian Bach (1685-1750):
Sonata nr 4 e-moll BWV 528
· I. Adagio—Vivace
· II. Andante
· III. Un poco Allegro

Freytag-orgel:

Girolamo Frescobaldi (1583-1643):
Partita sopra l’Aria di Follia

Walcker-orgel:

Louis Vierne (1870-1937):
Symphonie N° 1, Op. 14 (1899)
· I. Prélude
· II. Fugue
· III. Pastorale
· IV. Allegro vivace
· V. Andante
· VI. Final

Concert Maria van Jessekerk Delft

Hendrik Andriessen (1892-1981)
* Toccata (1917)

Charles Tournemire (1870-1939)
* Fantaisie-Choral (“L’Orgue mystique N° 25, office de la Pentecôte”)

Frank Martin (1890-1974)
* Agnus Dei pour orgue

Louis Vierne (1870-1937)
Uit: Symphonie no 1, Op 14:
* Prélude
* Fugue
* Allegro Vivace
* Final

La Nativité du Seigneur, Messiaen

Op maandag 26 december, Tweede Kerstdag, 2022 om 15 uur in de Martinikerk te Doesburg, op het monumentale Walcker-orgel.

Olivier MESSIAEN (1908-1992)
La Nativité du Seigneur
Neuf Méditations pour orgue

Wilbert Berendsen, orgel

Als 27-jarige voltooit Olivier Messiaen in 1935 het meesterwerk La Nativité du Seigneur. Elk van de negen meditaties schildert een moment uit de geboorte van Jezus Christus. Baanbrekend is de wijze waarop symboliek, ritme, melodie en harmonie allemaal in een geheel eigen muzikale taal gestalte krijgen. Mede hierdoor behoort Messiaen tot de invloedrijkste componisten van de 20ste eeuw. Orgelregisters worden op onconventionele wijze gecombineerd, waardoor nieuwe klankkleuren ontstaan.

In het voorwoord bij La Nativité doet Messiaen uit de doeken hoe hij tot zijn toonstructuren en ritmes komt. In plaats van het gebruikelijke majeur en mineur construeert Messiaen een aantal nieuwe modi met een symmetrische verdeling van halve en hele tonen in het octaaf, die een geheel eigen klankkleur hebben. En in plaats van een vast metrum, kiest Messiaen voor het samenvoegen van verschillende toonlengtes (additieve ritmiek), waardoor de muziek iets etherisch en zwevends krijgt.

Elk deel van La Nativité heeft een Bijbeltekst als motto en schildert een tafereel of notie uit het geboorteverhaal. Messiaen was diepgelovig en katholiek; hij verklaart niet het mysterie van het geloof maar schildert het, koestert het en verwondert zich.

1. La vierge et l’enfant (De maagd en het kind)

Uit een maagd is ons een kind geboren, is ons een zoon gegeven. Jubelt luide, gij dochter van Sion! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en nederig.” (Uit de profeten Jesaja en Zacharia)

Hier lijkt Maria zich in stille verwondering over het kind dat zij in haar armen koestert heen te buigen. Tussen intieme melodieën in staat een hemelse jubelzang met een gelaagde structuur: in de linkerhand akkoordtrossen die voor een prachtig koloriet zorgen, in het pedaal een melodische formule die eindeloos herhaald wordt, en rechts een virtuoze en grillige melodie die motieven van het Kerstlied “Puer natus est” laat horen.

2. Les bergers (De herders)

Toen zij het kind hadden gezien, liggend in een kribbe, gingen de herders heen, God lovende en prijzende.” (Uit het evangelie naar Lucas)

In dit tweeluik wordt eerst de donkere hemel met twinkelende sterren geschilderd. Dan een korte, onverwachte lichtstraal, de verschijning van de engelen aan de herders? Het tweede luik is een karakteristieke vrolijke pastorale (herderszang), waarbij hobo en klarinet elkaar afwisselen.

3. Desseins éternels (Eeuwige bestemming)

In liefde heeft God ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.” (Uit de brieven van Paulus aan Efeze)

Deze onmetelijke liefde wordt hier bezongen, in een langzame melodie met mysterieuze akkoorden en een zeer diepe bas, langzaam opklimmend naar de hoogte, en weer afdalend, met een gezicht in een oneidige verte.

4. Le verbe (Het Woord)

De Heer sprak tot mij: Mijn Zoon zijt Gij. Hij heeft mij geschapen, van zijn bloed, nog voor de zonsopgang bestond. Ik ben het beeld van de goedheid Gods, ik ben het woord des levens, van de aanvang af.” (Psalm 2, Psalm 110, Wijsheid, I Johannes)

Een tweeluik. Het Woord komt met kracht, zo maakt de muziek duidelijk in stoere, heldere en gedecideerde klanken en ritmes. De komst van het woord wordt ook verbeeld door een melodie die steeds hoog begint en tot in de diepte afdaalt. Het tweede deel is een zeer langzame melodie (met als tempoaanduiding: “Extrémement lent et solennel”) die misschien wel de goedheid en vrede tekent van het tot leven gekomen woord. In deze melodie is de gregoriaanse hymne “Victimæ Paschali” te herkennen (een melodie die ook in de Geneefse psalm 80 is gebruikt).

5. Les enfants de Dieu (De kinderen van God)

Doch allen die het Woord aangenomen hebben, hun heeft Hij de macht gegeven om kinderen Gods te worden. En God heeft de geest van zijn Zoon uitgezonden in hun harten, die roept: Abba Vader!” (Uit het evangelie naar Johannes en de brief van Paulus aan de Galaten)

Dit deel maakt gebruik van klassieke registratiepatronen uit de Franse orgelromantiek. De kinderen worden in een vrolijk gewemel van akkoorden gezet, die echter algauw krachtiger, onrustiger en wanhopiger gaan klinken tot een uitroep “Abba, Vader!” De vertwijfeling slaat om in berusting en het slot is kalm en sereen.

6. Les anges (De engelen)

De hemelse legermacht loofde God, zeggende: Ere zij God in den hoge.” (Uit het evangelie naar Lucas)

Dit deel is een grillige en extatische engelendans ergens in de hoogte tussen hemel en aarde. Het is tweestemmig en het pedaal wordt niet gebruikt.

7. Jésus accepte la souffrance (Jezus aanvaardt het lijden)

Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad, maar gij hebt mij een lichaam bereid: zie, hier ben ik!” (Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën)

Een kort deel met een refrein dat het lijden duidelijk symboliseert: een schril akkoord gevolgd door onderaards gegrom op de tongwerken van Fernwerk en pedaal. Daartussen klaaglijke lijnen die opspringen en weer geleidelijk afzakken. Toch zit in dit lijden de overwinning! Aan het eind wordt het donkere motief opgetild tot grote hoogte en eindigt het stuk in een stralend majeurakkoord.

8. Les mages (De wijzen)

De wijzen reisden weg, en zie, de ster ging hun voor.” (Uit het evangelie naar Mattheus)

Dit is weer een tafereel met een prachtig, dromerig, vergezicht: verlicht door het mysterieuze schijnsel van de ster lopen de wijzen (steeds drie driestemmige akkoordjes in de rechterhand) langzaam voort door een eindeloos landschap. De linkerhand is de ster: het schijnsel verandert steeds subtiel van kleur. In het pedaal wordt een melodie gespeeld die lijkt op Veni Creator Spiritus (kom, Schepper, Geest, een bekende Pinksterhymne). Aan het eind knielen de wijzen in aanbidding neer voor het kind, de muziek wordt nog ingetogener en eindigt in volmaakte rust in Fis-majeur.

9. Dieu parmi nous (God onder ons)

Woorden van de communicant, de maagd en de gehele kerk: Hij die mij gemaakt heeft, heeft in mijn tent verblijf gehad, het Woord heeft er zijn zetel genomen en heeft in mij gewoond. Mijn ziel verheft Gods eer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn heiland.” (Uit Jezus Sirach, het evangelie naar Johannes en naar Lucas)

In dit deel komt alles samen in een overweldigende apotheose. Drie centrale thema’s uit het stuk worden hier nogmaals in afwisseling ten tonele gevoerd: de komst van God de Vader naar de aarde door een krachtige pedaalmelodie van boven naar beneden, de oneindige liefde van Christus de Zoon in lange zachte akkoorden, en de jubel van de heilige Geest, in grillige lijnen en ritmes. Deze thema’s worden nu met elkaar verweven in een overrompelende Franse toccata. Messiaens ongekend rijke kleurenpalet wordt nog eens gedemonstreerd in de zes stralende, allemaal verschillend gekleurde slotakkoorden.

tekst: Wilbert Berendsen

Openingsconcert Doesburgse Zomerserie

Programma:

Flentrop-orgel:

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
* Concerto in a-moll (naar Vivaldi), BWV 593
delen: Allegro, Adagio, Allegro

Freytag-orgel:

Jean Langlais (1907-1991)
Uit 24 Pièces pour Orgue ou Harmonium, 1er Cahier (1934-6):
– Ricercare
– Scherzetto

Walcker-orgel:

Charles Tournemire (1870-1939)
* Uit: l’Orgue Mystique, Cycle de Pâques, Op. 56: Office No. 25 In Festo Pentecostes: Fantaisie-Choral (1928)

Nicolas de Grigny (1672-1703)
Uit Premier Livre d’Orgue (1699/1711):
* “Veni Creator”:
1. Veni Creator en taille à 5
2. Fugue à 5
3. Duo
4. Récit de Cromorne
5. Dialogue sur les grands Jeux

Wilbert Berendsen (*1971)
* Prelude on “Veni Creator Spiritus” (2022)
* Choral-Meditation on “Veni Creator Spiritus” (2021)

César Franck (1822-1890)
* Uit Trois Pièces pour grand orgue (1878): Cantabile
* Choral N° 3 en la mineur (1890)

Concert “Dromen als Messiaen”

Dit concert gaat door, ik word vanwege mijn hartinfarct vervangen door Gijs van Schoonhoven.

Uitvoering van La Nativité du Seigneur, van Olivier Messiaen, met lichtbeelden geprojecteerd op het Walcker-orgel.

Concert Dorpskerk Rheden

Secretaire-orgel:

Georg Philipp Telemann (1681-1767)
* Fantasie TWV33 nr. 7 & 8 (Nr 7: Presto-Largo-Presto; Nr 8: Presto-Cantabile-Presto; Nr 7 Presto.)

Joseph Haydn (1732-1809)
* 5 Flötenuhr-Stücke (1892): Presto, Andante, Allegretto, Menuett, Presto

Hoofdorgel:

Johann Gottfried Walther (1684-1748)
* Concerto del Sigr. Meck appropriato all’ Organo in b-klein (in werkelijkheid is dit werk van Antonio Vivaldi; concerto nr. 1, RV388)

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
* Fuga in b-moll (“Corelli-Fuga”) BWV 579

Wilbert Berendsen (*1971):
* Improvisatie

Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847):
* Sonate Op. 65 nr II in c-moll: Grave-Adagio, Allegro maestoso e vivace, Fuga: allegro moderato