BACH-concert op het Walcker-orgel

28 Jul 2016 - 20:00
28 Jul 2016 - 21:15

Max Reger (19 maart 1873 – 11 mei 1916)
* Dankpsalm Op. 145 nr. 2

Johann Sebastian Bach (21 maart 1685 – 28 juli 1750)
* Cantate 98, nr. 1: Was Gott tut, das ist wohlgetan (bew. Peter Bækgaard)
* Cantate 137, nr. 4: Lobe den Herren, den mächtigen König der Ehren (bew. J.S. Bach)
* Cantate 208, nr. 9: Schäfe können sicher weiden (bew. André Isoir)

* Paccacaglia C-Moll, BWV 582

* Praeludium et Fuga nr. 22 H-Moll BWV 867 (bew. Max Reger)
* Sicilienne uit Fluitsonate Es-Dur BWV 1031 (bew. Louis Vierne)

Franz Liszt (22 okt 1811 – 31 juli 1886)
* Präludium und Fuge über den Namen BACH, S.260

Wilbert Berendsen is, als Stadsorganist van Doesburg en Cantor-organist van de Protestantse Gemeente Angerlo-Doesburg, de vaste bespeler van de orgels in de Martinikerk.

Dit programma is een eerbetoon aan Johann Sebastian Bach, die 266 jaar geleden op deze dag overleed. Ook honderd jaar geleden, in de bouwtijd van het Walcker-orgel, was Bach een belangrijke componist die veel werd uitgevoerd en bewerkt, waarvan met name de bewerkingen van Reger en Vierne getuigen.

Centraal staat de uit het begin van de 18e eeuw daterende Passacaglia. Het thema van deze rustige dans in driekwartsmaat klinkt eerst helemaal alleen, gespeeld op het pedaal, waarna in een twintigtal variaties een prachtige opbouw gestalte krijgt, die feestelijk uitmondt in een fuga gebouwd op het begin van ditzelfde thema.

Maar in dit Reger-jaar 2016 mag een groot werk van Reger natuurlijk niet ontbreken, zeker niet op Nederland’s geschikste orgel voor zijn muziek. De Dankpsalm, in 1916 verschenen, bundelt op feestelijke wijze twee bekende koraalmelodieën: Was Gott tut, das ist wohlgetan, en Lobe den Herren, den mächtigen König der Ehren.

Deze koralen komen terug in de eerste twee cantatebewerkingen, waar prachtige soloregistraties zijn te horen. In de aria “Schäfe können sicher weiden”, afkomstig uit een seculiere verjaardagscantate, horen we de twee fluitpartijen klinken op Walcker’s Jubalflöte.

De vier letters van de naam Bach zijn in de Duitse taal ook muzieknoten; in het Nederlands zijn dat Bes, A, C en B, een thema dat veelvuldig werd gebruikt in nieuwe composities, zo ook in het flamboyante slotwerk van Liszt.