Orgelconcert

2 Okt 2010 - 19:30
2 Okt 2010 - 21:00

Met een fraai Nicholson-orgel.

Een programma met in de eerste helft veel “carillon-stukken”, naast Duruflé en Vierne is ook het Angélus van Langlais op een carillonklank gebaseerd. De Meditation van de blinde componist Dupont en de Pastorale van Franck vormen rustpunten in dit deel van het concert.

De tweede helft van het concert is gewijd aan gematigd moderne Engelsen en Nederlanders. Leighton wilde de post-victoriaanse zoetigheid die zoveel vroeg-twintigste-eeuwse Engelse muziek kenmerkt van zich afschudden en ging daarom in Frankrijk studeren. Hij ontwikkelde een herkenbare, eigen muzikale taal waarin naast chromatiek het kwart-interval een belangrijke rol speelt, vaak geleidelijk stijgend, waardoor zijn muziek een meeslepend karakter krijgt.

Ook Howells heeft een eigen taal ontwikkeld; zijn Requiem en anthems zoals “O Pray for the Peace of Jerusalem” (Psalm 122) zijn van een ontroerende schoonheid. Deze psalm-prelude is van een Reger-achtige souplesse en wendbaarheid.

Beeftinks Partita is van een heel ander slag: dit frisse en toegankelijke stuk staat in het Anlooër orgelboek, dat in 1986 werd uitgegeven ten bate van de restauratie van het Schnitger-orgel aldaar.

De toen 25-jarige Andriessen liet ons met zijn toccata een heerlijk wervelend stuk na, dat op het eerste gezicht midden in de Franse traditie van het begin van de 20ste eeuw lijkt te staan, maar als je beter kijkt zie je dat talloze belangrijke werken uit het Franse in 1917 nog gecomponeerd moesten worden! Kortom: Andriessen spreekt een muzikale taal die volledig bij zijn tijd is, of zelfs erop vooruitloopt.

Programma:

Maurice Duruflé (1902-1986):
* Prélude sur l’Introit de l’Epiphanie
* Fugue sur le thème du carillon des heures de la cathédrale de Soissons op.12

Gabriel Dupont (1878-1914):
* Meditation

Jean Langlais (1907-1991):
* Uit “Huit chants de Bretagne”: Angélus

César Auguste Franck (1822-1890):
* Pastorale (uit Six pièces pour grand orgue, 1862)

Louis Vierne (1870-1937):
* Uit Troisième Suite, Op.54: Carillon de Westminster

pauze

Herbert Howells (1892-1983):
* Psalm-prelude nr. 1 (Psalm 34: 6)

Kenneth Leighton (1929-1988):
* Fanfare
* Elegy (1965)

Johan Beeftink (*1941):
* Partita over “Christe qui lux es et dies”:
cantus - ricercare - labyrint - toccata - ostinato - cantus plenus

Hendrik Andriessen (1892-1981):
* Toccata (1917)