Elst Maartenskerk "Toccata"

3 Jul 2005 - 12:00
3 Jul 2005 - 12:45

Het programma brengt onder de titel “Toccata!” een sprankelende reeks toccata’s (toccare betekent aanraken, tokkelen) uit verschillende stijlperioden van de orgelliteratuur.

* Toccata in g, J. Pzn. Sweelinck (1565-1621)

* Toccata per l’Elevazione, G. Frescobaldi (1583-1643)

* Toccata Sexta, G. Muffat (1653-1704)

* Toccata, Adagio en Fuga in C BWV 564, J. S. Bach (1685-1750)

* Toccata uit de 5iême Symphonie, Ch. M. Widor (1844-1937)

Toelichting:

In Sweelinks toccata’s wisselen polyfone gedeelten, waarbij verschillende gelijkwaardige stemmen samenklinken, zich af met echte toccata-elementen waarbij de ene hand akkoorden vasthoudt, en de andere snelle reeksen noten speelt.

De ‘toccata per l’elevazione’ van Frescobaldi werd in de mis gespeeld tijdens de communie (opheffing van de beker). Het is dromerige muziek waarbij de componist schijnbaar richtingloos door allerlei harmonieën dwaalt. Ook vallen de wat hoekig klinkende Lombardische ritmes op, bestaande uit een korte, gevolgd door een lange toon.

Muffat’s toccata is eigenlijk een suite van verschillende (dans)vormen die op een logische manier op elkaar aansluiten. Het stuk opent met een statig, wat Frans-barok, pleinjeu (vol spel). Daarna volgt een korte, lichte canzona (chanson) met het kenmerkende ritme lang-kort-kort aan het begin. Vervolgens een dromerig deel op een orgelpunt (een liggende pedaaltoon) met veel trillers. Een kort overgangsdeel leidt tenslotte het laatste deel in: een wervelende gigue (zeer snelle driedelige dansvorm).

De toccata, adagio en fuga van Bach behoort tot diens fraaiste werken. Een echte grillige toccata met een indrukwekkende pedaalsolo opent het werk. Het adagio is een bezonken melodie in de stijl van Vivaldi’s langzame concerto-delen. De fuga heeft weer een snelle gigue-vorm, die heel onverwacht eindigt.

De overbekende toccata van Widor tenslotte is een typische exponent van de Franse laatromantische toccata: een ononderbroken beweging in de handen (perpetuum mobile) vergezeld van een eenvoudig ritme in de pedaalpartij. Andere prachtige voorbeelden van dit type toccata zijn die van Gigout (b mineur), Boëlmann (Suite Gothique), Vierne (slotdeel van eerste symphonie), en uiteraard de culminatie van de Franse toccatavorm: de Toccata uit Duruflé’s Suite op. 5.