Avondconcert Winterswijk

2 Aug 2008 - 20:00
2 Aug 2008 - 21:15
Plaats: 
Jacobskerk, Winterswijk

Johann Kaspar Kerll (1627-1693):
* Passacaglia d-Moll

Nico Verrips (* 1929):
* Concerto II:
1. Maestoso-Moderato
2. Largo-meditativo
3. Allegro-Scherzando

* Variaties over Gezang 217 “Jezus leeft en ik met Hem” (1988):
- Toccata (Andante-Moderato)
- Koraal-Meditativo (Largo)
- Bicinium (Andante-Moderato)
- Orgelkoraal (Largo)

* Rondo Capriccio (1981, Uit Anloër Orgelboek)

Dick Koomans (* 1957):
* Choral Riff (voorheen Basso Ostinato) (1990)

William Albright (1944-1998):
Uit Organ Book III, Volume II:
* Underground stream
* Basse de Trompette
* Nocturne

Johann Sebastian Bach (1685-1750):
* Praeludium en Fuga in D Dur BWV 532

Toelichting: Een beetje een “sandwich-formule” dit programma. Twee prachtige barokstukken met daartussenin meer (gematigd) moderne werken. Er liggen wat dwarsverbanden: het stuk van Dick Koomans is evenals dat van Kerll feitelijk een ciacona (gebouwd op een terugkerend bas- of harmonisch motief). Verschil is dat Koomans uit de jazz-traditie put.

De werken van de Amerikaan Albright spreken zeer tot de verbeelding, zij lijken sterk vanuit de improvisatie te zijn onstaan. In “Underground stream” is ook precies dat te horen: een kabbelende, mysterieuze stroom. “Basse de Trompette” is een registratie-aanduiding uit de Franse barok; Albright schrijft een prachtige moderne versie van dit barokke genre. “Nocturne” is een nachtlied, waarbij het orgel als het ware als een marimba wordt gebruikt.

De werken van Verrips (mijn oudleraar) zijn gekozen als hommage: het zijn fraaie stukken die een dito uitgave verdienen. Met name het Concerto is ook weer heel improvisatorisch van karakter. Veel van Verrips’ werk is voor de Eredienst geschreven, daarom mag een koraalbewerking niet ontbreken.

Bachs “532” tenslotte is een waar meesterwerk. De prelude bestaat uit een spetterende ouverture in Noord-duitse stijl, een voorname “Allabreve” (statige maar opgewekte doorwerking), en sluit af met motieven uit de ouverture maar met onverwachte dissonantie en retoriek. De fuga is een perpetuüm mobile: het thema bestaat uit enkel zestiende noten met zeer veel herhaling van motieven, wat een buitengewoon feestelijk effect heeft.